PTI (Pre-Trip Inspection)

Pre-Trip Inspection is een inspectie van alle technische functies en eventuele zichtbare schade aan de reefer unit of generator set. Deze keuring wordt voor belading uitgevoerd door een gecertificeerde keuringsinstantie, waardoor een goede technische staat verzekerd is. Na de inspectie worden de containers of gensets die naar het oordeel van de keuringsinstantie voldoen aan de voorschriften, voorzien van een merk van goedkeuring. Alle reparatiewerkzaamheden zijn optioneel, waarvan in een zogenaamde ‘estimate’ een kostenraming wordt gemaakt.

PTI (Pre-Trip Inspection)

Bij verscheping wordt door de verzekeraar van de lading een PTI verlangd.

De Pre-Trip Inspectie omvat het volgende:

Voor het inschakelen

  • Algemene inspectie; controle van de unit en onderdelen op materiele schade en compleetheid
  • Cosmetische controle
  • Controle van het koelmiddel
  • Controle van de partlow
  • Controle van de elektrische isolatiewaarde van de compressor, motoren en kachels

Na het inschakelen

  • Functiecontrole van de fase correctie contractors; meten en te registreren spanning
  • Controle van de bruikbaarheid van de motor
  • Controle op abnormale geluiden
  • Controle van de richting van de ventilator en aanjager
  • Initialiseren van LPPP (CFII), FPT (Smart), LPP (MHI), AutoPTI (Microlink) of FPTI (MPC)
  • Werking van de unit controleren bij het bereiken van setpoint
  • Kalibreren van sensoren en partlow-element
  • Check RV%
  • Temperatuur instellen op -18 °C
  • Initialiseren en controleren op handmatige ontdooiing en de volledige cyclus
  • Controle van de riolering
  • Opname van het olieniveau direct na het ontdooien
  • Unit op temperatuur laten komen tot -18 °C en deze in ‘full cool’ laten draaien
  • Meten van de compressordruk
  • Meten van de luchtstromen
  • Controle van het freonniveau bij het bereiken van setpoint
  • Temperatuur instellen op 0 °C
  • Uitschakeling van de unit bij het bereiken van setpoint
  • Opnemen en kalibreren van sensoren en partlow-element

Tot slot

  • Uitschakelen van de unit met de aan-/uitschakelaar; keuzeschakelaar op 380/440V
  • Controle van de vergrendeling van de deuren